|
World at War
De 20e eeuw is een eeuw, die geteisterd is door oorlogen
|
| Vorige onderwerp :: Volgende onderwerp
|
| Auteur |
Bericht |
WAW News Online Medewerker


Geregistreerd op: 11-1-2009
Berichten: 3419
|
Geplaatst: Zo Nov 15 2009, 10:49
Onderwerp: Het verdriet van Ambon
|
|
|
Op een nacht in april 2000 vaart een passagiersschip naar de Molukken, waar een bloedige oorlog woedt tussen christenen en moslims. Aan boord is ook de journalist Tjitske Lingsma. Na aankomst op Ambon ontdekt ze dat christenen en moslims inmiddels volledig gescheiden van elkaar wonen. Massale moordpartijen, verminkingen, brandstichting, plunderingen, haat en angst hebben het eiland verscheurd.
De zoektocht naar de oorzaken van het conflict voert Lingsma terug naar het verleden. Uit kronieken en historische studies, en uit de verhalen van Molukkers blijkt hoe desastreus de rol van Nederland op de Molukken is geweest. Een speciale rol is weggelegd voor de families Soulisa en Gaspersz, wier aangrijpende geschiedenissen parallel lopen aan die van de archipel.
Lingsma biedt een unieke kijk op de geschiedenis vanuit het Molukse perspectief – van de vroegste veldslagen tegen het koloniale bewind, via de Japanse bezetting, tot de Indonesische onafhanke lijk heid en de Molukse republiek RMS. Langzaam wordt duidelijk hoe de Molukken in 1999 verzeild konden raken in zo’n bloedige burgeroorlog. Zeer pijnlijk zijn de verhalen van Molukkers zelf over hun aandeel in de broederstrijd. Ook de gemeenschap in Nederland wordt geheel door het conflict meegesleept. Maar uiteindelijk slaagden de Molukse christenen en moslims er na een aantal jaren in zelf de veenbrand te blussen.
ISBN: 978 90 501 8928 6
Aantal pagina's: 332 blz.
Uitvoering: Paperback
Uitgever: Balans
Prijs: € 18.95 |
|
| Naar boven |
|
WAW News Online Medewerker


Geregistreerd op: 11-1-2009
Berichten: 3419
|
Geplaatst: Zo Nov 15 2009, 10:52
Onderwerp:
|
|
|
Van 2000 tot 2007 ging journaliste Tjitske Lingsma regelmatig naar de Molukken. Ze schreef een boek over de conflicten tussen christenen en moslims en de naweeën ervan. „Verzoening betekent dat mensen weer met elkaar spreken, maar praten over het conflict zelf is een taboe geworden.”
’Als rotte kiezen liggen de overblijfselen van verwoeste gebouwen langs de A.Y. Pattystraat. Van hele huizenblokken aan deze aftandse boulevard is niet meer dan gruis en brokken beton over. De strijdende partijen hebben hier flink huisgehouden met hun molotovcocktails, bommen en kogels. Het is gedaan met de levendige winkelstraat van weleer.”
Dat schrijft journaliste Tjitske Lingsma (48jaar) in haar boek ’Het verdriet van Ambon, een geschiedenis van de Molukken’, over haar eerste bezoek aan het Molukse eiland in mei 2000. Ze wil onderzoek doen naar de strijd tussen christenen en moslims die ruim een jaar daarvoor is begonnen, naar verluidt nadat een islamitische migrant van elders in Indonesië ruzie kreeg met een christelijke buschauffeur. Eigenlijk een onbenullig incident, maar het bleek de lont in een kruitvat te zijn. „Ambon ontplofte”, schrijft de journaliste, die de gevolgen van de strijd overal om zich heen ziet.
„Het was heel heftig toen ik er voor het eerst was”, vertelt Lingsma, die aankwam toen de vierde geweldsgolf losbarstte. „Ambon-Stad, waar zo’n 250.000 mensen woonden, was al helemaal opgedeeld in gebieden voor moslims en voor christenen. Toen de gevechten uitbraken, kon ik de frontlinie niet meer over. Die scheidslijn die je niet zo heel duidelijk ziet als je niet weet waar die is, kon ik niet meer oversteken.”
Lingsma neemt haar intrek in een hotel aan de christelijke kant van de frontlijn en probeert een inschatting te maken van de gewelddadige en verwarrende situatie. Het is er gevaarlijk en ze moet soms wegduiken voor geweerschoten. Strijders van beide partijen trekken moordend rond, kerken en moskeeën worden in brand gestoken.
Talloze mensen van beide religies zijn vaak op gruwelijke wijze vermoord, met zelfgemaakte bommen en geweren, kapmessen of andere wapens. Daarvan getuigt ook een zekere ’Johnny’, een christelijke strijder van in de twintig die alleen anoniem zijn verhaal wil vertellen. Hij schoot een moslim met een pijl-en-boog in de rug, waarna zijn medestrijders de man afmaakten met een geweerschot. Soms kreeg hij achteraf last van het moorden. „Nachtenlang zag ik het gezicht van een man die ik had gedood. Als ik over straat liep, was ik bang dat iemand me achtervolgde om me uit wraak te vermoorden”, biecht Johnny op.
„Ik heb in dat jaar het conflict wel heel erg van de christelijke kant kant meegemaakt”, zegt Lingsma. „De christenen waren toen de onderliggende partij, en als je mensen ziet die denken dat hun laatste uur geslagen heeft, dan doet dat je wel wat. Ik wil niet zeggen dat ik pro-christelijk was, maar je medelijden gaat dan wel het meest uit naar de christenen. Het is moeilijk om daar immuun voor te blijven.”
Tijdens haar bezoeken – Lingsma reisde zes keer naar de Molukken waar ze steeds minimaal een maand verbleef – legde ze aan beide kanten veel contacten. „Ik heb voortdurend geprobeerd om evenwicht te vinden tussen het christelijke en islamitische perspectief. Ik logeerde wel steeds in christelijk gebied, eenvoudigweg omdat ik geen goed hotel in islamitisch gebied kon vinden, dus ik moest wel meer moeite doen om dat islamitische perspectief te vinden. Maar ik heb nooit gemerkt dat moslims het erg vonden dat ik aan de christelijke kant van de stad zat.”
„Iedereen presenteerde zich als slachtoffer, en wat voor mij een heel proces is geweest was de ontdekking dat de slachtoffers van vandaag vaak de daders van gisteren waren”, vertelt Lingsma. „Ook bleek in zo’n burgeroorlog dat eigenlijk iedereen wel op een bepaalde manier vuile handen maakt. Het duurde voor mij even om toe te geven dat mensen tot zulke gruwelijkheden en haat in staat zijn.”
Gaandeweg ontdekte Lingsma dat beide partijen niet voor elkaar onderdeden. „Er waren periodes waarin de ene partij krachtiger was dan de andere, maar een echte schuldige kun je niet aanwijzen. Waar twee vechten, hebben twee schuld – dat is zeer van toepassing op de Molukken.”
Ook de geestelijk leiders van beide religies zaten vaak tot over hun oren in de strijd, merkte Lingsma. Zoals de bejaarde moslimleider Abdullah Soulisa, een aardige, Nederlandssprekende man met wiens familie ze bevriend raakte en die een van de hoofdfiguren in haar boek is geworden. Ook hij bleek nauw betrokken te zijn geweest bij de gevechten van de islamitische milities. „Hij had geld gegeven voor bommen en aan de Laskar Jihad, en had ook de gevechten gecoördineerd die door zijn zwager werden geleid.”
Aan christelijke zijde ging het weinig anders. Lingsma verhaalt van een bevriende dominee, Jacky Manuputty, die haar had toegezegd er wel over te willen praten. Maar Manuputty, die lid was van de verzoeningsbeweging, wilde toen puntje bij paaltje kwam alleen kwijt dat hij ’bittere herinneringen’ had.
„Pas bij ons derde gesprek zei hij: ’We waren allemaal besmet met haat en angst’. Hij vertelde dat hij zelf geen wapen had gedragen, maar dat hij de christelijke jongens in zijn buurt wel van adviezen had voorzien over de beste guerrillatactieken en hoe de je beste bommen en geweren maakt. Hij sprak Engels en had die gegevens opgezocht op terroristische sites. En hij stond nota bene dichtbij de synode. Dus weinigen konden zich aan de burgeroorlog onttrekken en degenen die dat wel wilden, zijn voor een groot deel weggegaan. Voor moslims gold echt de algehele mobilisatie. Ze moesten deelnemen, anders werd je een outcast.”
Een externe factor van belang in de strijd was de Laskar Jihad, een groep van enkele duizenden islamitische strijders, die vanaf Java hun geloofsgenoten op de Molukken gewapend te hulp schoten.
Die hulp was aanvankelijk zeer welkom, maar hun fundamentalisme begon de veel gematigder islamitische Molukkers later te ergeren, zegt Lingsma. „Toen ik die strijders arrogant door de straten zag paraderen, dacht ik al dat dat niet lang zou duren. Zij kwamen met heel fundamentalistische ideeën over het huwelijk en over begrafenissen, wat totaal niet strookte met de Molukse rituelen. Dus toen de Molukse moslims hen niet meer nodig hadden, was het ook afgelopen met het bondgenootschap. Er is nog wel een aantal blijven hangen in de Molukken, maar van hun invloed merk je niet zoveel.”
Ook de rol van de Indonesische veiligheidstroepen tijdens het conflict is omstreden. Ze waren aanvankelijk massaal op straat aanwezig als het rustig was, maar als er geweld uitbrak, trokken ze zich terug of grepen niet in, schrijft Lingsma. „Het veiligheidsapparaat stond er in het begin bij, keek toe en kon of durfde niet in te grijpen. Die passieve houding is uiteindelijk omgeslagen in een vrij actieve houding om het conflict mee te organiseren, niet bij alle eenheden overigens. In feite hebben zij daardoor de verzoening tegengewerkt.”
Een onderzoek van de Indonesische overheid naar het geweld is nooit openbaar gemaakt. „Niemand weet wat daarin staat, omdat de autoriteiten kennelijk bang zijn dat de oorlog dan opnieuw begint. Ze zijn bang dat als duidelijk wordt wie welke rol heeft gespeeld, dit een impuls kan zijn voor een nieuwe burgeroorlog.”
Al tijdens de geweldsgolven in 2000 kwam er een proces van verzoening op gang, omdat een aantal Molukkers – onder wie religieuze leiders – zich realiseerde dat het zo niet verder kon. Dat verliep aanvankelijk in het diepste geheim. „De eerste verzoeningsgesprekken tussen christenen en moslims moesten buiten de Molukken gehouden worden. De leiders durfden in het begin niet eens met elkaar te bellen, uit angst voor luistervinken.”
Het vredesakkoord van Malino van februari 2002 is uiteindelijk ook niet op Ambon gesloten maar op het eiland Sulawesi. Van een diep gevoelde verzoening is volgens Lingsma nog geen sprake. „Verzoening betekent dat mensen weer met elkaar spreken, maar praten over het conflict zelf is een taboe geworden. Wat je zelf uitgespookt hebt, verzwijgt men, ook tijdens die verzoeningssessies. Ik ben ook naar een verzoeningsschool geweest waar een van de hoofdregels is dat er niet over het conflict gesproken wordt. Dus het is verzoening zonder waarheid.”
Of de mensen die waarheid aan kunnen, vindt Lingsma moeilijk te beoordelen. „Dat is een vraag voor de toekomst: kan verzoening zonder waarheid? Maar misschien verdwijnt de burgeroorlog wel als een hele donkere pagina in de geschiedenis, zoals er zo veel van die donkere pagina’s zijn in de historie van Indonesië die nooit echt onderzocht worden, en leven mensen toch gewoon weer verder.”
De gescheiden islamitische en christelijke veerboten tussen de eilanden bestaan inmiddels niet meer, en ook op andere punten is het leven weer redelijk genormaliseerd, zegt Lingsma. „Je kunt ook weer gewoon reizen. De mensen leven wel in gescheiden dorpen en wijken, maar overdag gaan ze ook wel bij elkaar op bezoek. Abdullah Soulissa vertelde me bijvoorbeeld in 2007 dat hij er trots op was dat er weer een christelijke vrouw in zijn straat was komen wonen. Hij vond dat erg moedig.”
Maar de ongemakkelijke sfeer is blijven hangen, vindt Lingsma, die Ambon vorig jaar voor het laatst bezocht. „Ik hoorde over een formeel project van een interreligieuze groep waarbij dominees vorig jaar in islamitische dorpen gingen logeren als onderdeel van het verzoeningsproces. Die mensen hadden het spaans benauwd, ze durfden bijna niet. Dus dat wantrouwen is er nog altijd. Het geeft wel aan dat het nog steeds een heel broze vrede is.”
Tjitske Lingsma: Het verdriet van Ambon, een geschiedenis van de Molukken. ISBN 978 90 5018 928 6. Prijs euro 18,95
© Trouw 2009 |
|
| Naar boven |
|
|
|
|
Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen Je mag geen reacties plaatsen Je mag je berichten niet bewerken Je mag je berichten niet verwijderen Ja mag niet stemmen in polls Je mag geen attachments plaatsen in dit forum Je mag bestanden downloaden in dir forum
|
Powered by phpBB
© 2001, 2005 phpBB Group
Style WawTan © 2005 Butterfly Automations, Deventer, the Netherlands
Style WawTan is based on the Khaki-AdminTemplate for Mambo, done by obiONE at
www.obi-one.net
|